Agressietraining GGZ:

Agressietraining GGZ: omgaan met agressie die uit ziektebeeld voortkomt

Meer dan zeven op de tien medewerkers in de GGZ krijgt maandelijks te maken met agressie. Dat is het hoogste van alle zorgsectoren, samen met de gehandicaptenzorg. Voor wie er werkt is dat geen nieuws. De vraag is niet of het gebeurt, maar wat je team doet op het moment dat het gebeurt. Agressietraining in de GGZ vraagt een andere aanpak dan op een balie of in een ziekenhuis. Wat daar werkt, werkt hier soms juist averechts.

 

Waarom de GGZ om iets anders vraagt

Op de meeste werkplekken komt agressie voort uit frustratie. Iemand wordt niet geholpen, voelt zich niet gehoord, en dat komt eruit. Erkenning haalt daar de druk vanaf. In de GGZ ligt dat anders. Agressie komt daar vaak voort uit het ziektebeeld zelf. Een psychose, een manie, verslaving, een delier, een persoonlijkheidsstoornis. De cliënt heeft op dat moment beperkte controle over zijn gedrag, en dat betekent dat redeneren nauwelijks effect heeft. Vragen wat er aan de hand is werkt niet als iemand stemmen hoort. Dat vraagt iets anders van je team. Minder overtuigen, meer prikkels wegnemen. Minder uitleggen, meer voorspelbaar zijn. En vooral: eerder inschatten wanneer een gesprek niet meer het instrument is. Daar komt bij dat je in de GGZ zelden alleen werkt. Wat een collega doet bepaalt mede hoe een situatie afloopt. Een team dat niet op elkaar is ingespeeld maakt het onvoorspelbaar, ook voor de cliënt.

Wat je in de GGZ tegenkomt:

  Agressie vanuit het ziektebeeld

Dit is de vorm die je het vaakst tegenkomt. De cliënt handelt vanuit verwardheid, angst of achterdocht. Er zit geen bedoeling achter en er valt weinig aan te onderhandelen. Wat werkt is de omgeving rustiger maken, afstand houden, en een collega erbij halen voordat het nodig is. Wat niet werkt is meer uitleg, meer vragen of meer mensen om de cliënt heen.

  Agressie als middel

Ook in de GGZ komt gedrag voor dat wel doelgericht is. Iemand zet druk in om ergens onderuit te komen of om iets gedaan te krijgen. Dat vraagt begrenzing, niet begrip. Het lastige is dat die twee vormen op elkaar kunnen lijken, en dat de cliënt vaak beide laat zien op verschillende momenten. Het onderscheid maken is precies wat we in de training oefenen.
 
 

  Agressie na frustratie

Een afgewezen verzoek, een verlof dat niet doorgaat, een regel die vandaag wel geldt en gisteren niet. Dit is de vorm waar contact en erkenning wel werken, mits je er op tijd bij bent.
 
 

Vroeg zien wat er aankomt

In de GGZ heb je een voordeel dat je op andere werkplekken niet hebt: je kent de cliënt. Je weet wie er onrustig wordt als het druk is op de afdeling, bij wie de spanning oploopt rond bezoek, en wie eerst gaat ijsberen voordat er iets gebeurt. Dat maakt vroegsignalering concreter dan een lijstje algemene signalen. In de training werken we met de cliënten en situaties die op jullie afdeling spelen, niet met voorbeelden uit een boek. Wat je daarnaast leert is het verschil zien tussen oplopende spanning en een acute omslag. Bij het eerste heb je ruimte om te sturen. Bij het tweede is de eerste vraag niet hoe je het gesprek redt, maar hoe je zorgt dat er niemand gewond raakt.

Het team maakt het verschil, niet de techniek

Op papier weet iedereen wat er moet gebeuren. In de praktijk gaat het mis op de afstemming. Wie neemt het gesprek over. Wie haalt hulp. Wie blijft er bij de andere cliënten. Wanneer schaal je op, en naar wie. Die vragen los je niet op tijdens een incident. Die spreek je vooraf af, en die oefen je. Daarom trainen we in de GGZ het liefst met complete teams. Niet omdat individuele vaardigheden er niet toe doen, maar omdat een team dat op elkaar is ingespeeld sneller en rustiger optreedt dan vijf mensen die allemaal hun eigen aanpak hebben. Dat scheelt ook voor de cliënt. Voorspelbaar optreden van het team maakt een situatie minder spannend, en dat voorkomt escalatie.

Onvrijwillige zorg en de Wvggz

De Wvggz stelt dat verplichte zorg het laatste middel is en dat je altijd de minst ingrijpende vorm kiest die nog werkt. Dat klinkt logisch op papier. In de praktijk moet iemand op de gang die afweging maken, vaak binnen een paar seconden, terwijl er van alles gebeurt. De training gaat over dat moment. Wat kun je nog proberen voordat je opschaalt. Waar ligt jullie grens, en is die voor iedereen in het team dezelfde. En als je wel moet ingrijpen: hoe doe je dat zo dat de relatie met de cliënt daarna nog te herstellen is. Wij nemen geen standpunt in over jullie beleid. Dat bepaalt de instelling. Wat we wel doen is medewerkers oefenen in het handelen binnen de kaders die er al liggen, zodat die kaders ook standhouden als het spannend wordt.

Wat de Arbowet van u verwacht

Agressie en geweld vallen in de Arbowet onder psychosociale arbeidsbelasting. Op grond van artikel 3 lid 2 bent u als werkgever verplicht beleid te voeren om die belasting te voorkomen of te beperken. Het Arbobesluit maakt dat concreet. In artikel 2.15 staat dat u de risico’s rond agressie opneemt in uw risico-inventarisatie en -evaluatie, en dat u in het plan van aanpak vastlegt welke maatregelen u neemt. Daarnaast geldt een aparte verplichting: medewerkers die risico lopen moeten voorlichting en onderricht krijgen over die risico’s en over de maatregelen die u heeft getroffen. Voor GGZ-instellingen is dat geen formaliteit. Als de Nederlandse Arbeidsinspectie langskomt na een incident, is de eerste vraag wat u heeft gedaan om het te voorkomen.

Aantoonbaar voldoen aan de voorlichtingsplicht

Iedere deelnemer ontvangt na afloop een handout met de behandelde stof en een certificaat van succesvolle deelname. Daarmee heeft u zwart op wit dat uw medewerkers zijn voorgelicht over de risico’s van agressie en over hoe zij daarmee omgaan.

Melden is niet vanzelfsprekend, en dat is een probleem

Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de incidenten in de zorg nooit wordt geregistreerd. De reden die medewerkers zelf geven is bijna altijd dezelfde: het hoort er nu eenmaal bij. Dat is begrijpelijk en het is tegelijk het punt waar veel instellingen vastlopen. Zonder registratie ziet u niet wat er speelt, kunt u geen patronen herkennen, en heeft u ook geen onderbouwing als u iets wil veranderen. In de training komt dit onderwerp expliciet aan bod. Niet als les over het invullen van formulieren, maar als gesprek over waar de grens ligt van wat normaal is. Teams komen daar vaak zelf achter dat ze die grens onbewust hebben verlegd.

Oefenen met een trainingsacteur

Uitleg over agressie verandert weinig aan wat iemand doet als het gebeurt. Onder spanning val je terug op wat je hebt geoefend, niet op wat je hebt gehoord. Daarom werken we met professionele trainingsacteurs. Die spelen niet zomaar een boze cliënt, maar doseren precies op het niveau waar de deelnemer aan werkt. Iemand die net begint krijgt een andere situatie voorgeschoteld dan iemand die er al twintig jaar staat. De scenario’s stemmen we vooraf met u af. Wat is er bij jullie gebeurd, welke situaties komen terug, en waar loopt het team op vast. Dat wordt nagespeeld, met ruimte om het opnieuw te doen en het anders aan te pakken.

Voor wie de training is

Wij trainen teams in de klinische en ambulante GGZ, beschermd wonen, crisisdienst, verslavingszorg en forensische zorg. Ook ondersteunende functies die met cliënten te maken krijgen, zoals receptie, beveiliging en huishoudelijke dienst, kunnen aansluiten. De training wordt bij u op locatie gegeven en aangepast aan uw doelgroep, uw protocollen en de incidenten die bij u hebben gespeeld. Een team in de forensische zorg krijgt een ander programma dan een team in de ambulante begeleiding.

Veelgestelde vragen:

  Kunnen jullie de training afstemmen op onze doelgroep?

Ja. Voorafgaand aan de training bespreken we welke problematiek er speelt, welke situaties terugkomen en waar het team op vastloopt. Die situaties worden in de training nagespeeld.

 

  Werken jullie met een compleet team of met losse deelnemers?

Allebei is mogelijk, maar in de GGZ heeft een teamtraining de voorkeur. Veel van wat er misgaat zit in de afstemming tussen collega’s, en dat oefen je alleen als het team er samen staat.

  Komt fysiek ingrijpen aan bod?

Ja, als onderdeel van het geheel en binnen uw eigen protocol. Het gaat om een beperkt aantal technieken die ook onder stress werken, gericht op veilig loskomen en afstand maken. Geen vechtsport. 

  Krijgen deelnemers een bewijs van deelname?

Ja. Iedere deelnemer krijgt een handout en een certificaat van succesvolle deelname, waarmee u kunt aantonen dat aan de voorlichtingsplicht uit de Arbowet is voldaan.

 

Wat is een agressietraining?

Een agressietraining is een traject waarin je leert professioneel en veilig te reageren op boosheid of grensoverschrijdend gedrag. Je oefent met lichaamshouding, stemgebruik en gesprekstechnieken, zodat je onder druk kalm blijft en duidelijk grenzen stelt.

De training is geschikt voor iedereen die in zijn werk te maken kan krijgen met spanning of agressie, zoals zorgmedewerkers, baliemedewerkers, handhavers, leraren of klantenserviceprofessionals. Zowel individuen als teams profiteren van een gezamenlijke aanpak.

Je leert spanning vroegtijdig herkennen, jezelf reguleren met ademhaling en houding, kort en respectvol communiceren, en grenzen stellen zonder de situatie te laten escaleren. Ook komt herstel na een incident en het werken met teamafspraken aan bod.

Een agressietraining bestaat vaak uit twee tot vier dagdelen in kleine groepen van zes tot tien deelnemers. Je werkt met realistische casussen en trainingsacteurs, zodat je veilig kunt oefenen en direct feedback krijgt. Tussen de sessies pas je de vaardigheden toe in je eigen praktijk.

Je reageert rustiger en consequenter, je rondt gesprekken sneller af en je collega’s ervaren meer veiligheid in de samenwerking. Klanten of burgers merken duidelijkheid en respect, ook in lastige situaties. Voor jezelf betekent het minder energieverlies en kortere hersteltijd na een incident.