Onze diensten
Heb je hulp nodig? Neem gerust contact met ons op.
In de GGZ is agressie zelden een los incident. Het hoort bij het werk, het komt terug, en het stapelt. Dat maakt weerbaarheid hier iets anders dan op een plek waar je een keer per jaar een boze klant treft.
De vraag is niet of je één situatie aankunt. De vraag is of je over vijf jaar nog steeds met dezelfde openheid je dienst in gaat.
Rationeel weet je dat een cliënt in een psychose je niet persoonlijk bedoelt. Je lichaam weet dat niet. Je hartslag gaat omhoog, je adem versnelt, en achteraf blijf je ermee rondlopen.
Veel medewerkers vinden dat verwarrend. Ze denken dat ze er niets van mogen vinden, omdat het toch de ziekte is. Daardoor benoemen ze het niet, en blijft het zitten.
Je leert dat je die twee dingen los kunt houden. Begrip hebben voor waar het vandaan komt, en tegelijk erkennen dat het je iets doet.
Wie regelmatig met spanning te maken heeft, past zich aan. Meestal onbewust. Je gaat er iets minder dichtbij staan, je zegt iets minder snel wat je vindt, of je maakt er grappen over.
Op korte termijn werkt dat. Op langere termijn kom je uit bij verharding of bij overbetrokkenheid, en allebei kosten je uiteindelijk je werkplezier.
In de training kijken we naar waar jij zit in dat patroon en wat je nodig hebt om het te doorbreken.
Op een afdeling voelen cliënten haarfijn aan hoe het met het team gaat. Een gespannen team maakt een gespannen afdeling, en dat leidt weer tot meer incidenten.
Je eigen weerbaarheid is daarmee geen privezaak. Het is onderdeel van het behandelklimaat.
De eerste stap is dat je het opmerkt. Niet achteraf op de fiets naar huis, maar op het moment zelf. Waar in je lichaam voel je het, en wat is jouw eerste neiging als de spanning stijgt.
Sommige mensen worden stiller, anderen gaan juist harder praten. Beide zijn te sturen, maar alleen als je weet welke kant jij op gaat.
Je moet soms iets weigeren bij iemand met wie je morgen weer aan tafel zit. Dat is precies het lastige. Een grens die te scherp is beschadigt het contact, een grens die te vaag is houdt niet.
Je oefent hoe je kort en rustig duidelijk maakt wat wel en niet gaat, en hoe je daarna weer aansluit.
In de GGZ heb je te maken met onvrijwillige zorg en vastgelegde procedures. Fysieke technieken staan daar niet los van.
Je leert een beperkt aantal handelingen om veilig los te komen en afstand te maken, altijd binnen het protocol van je eigen instelling. Geen vechtsport, en niets wat je in conflict brengt met de Wvggz.
Na een heftige situatie ga je meestal door met de dienst. De opvang komt later, of helemaal niet. Dat is waar de stapeling begint.
Je leert wat je in de eerste minuten voor jezelf en voor een collega kunt doen, en hoe je een kort nagesprek voert dat wel iets oplevert.
In beschermd wonen, de crisisdienst en op sommige afdelingen sta je er tijdens een dienst regelmatig alleen voor. Dan gelden andere afwegingen.
Wanneer schaal je op en naar wie. Wat doe je als je niemand kunt bereiken. En hoe zorg je dat je collega weet waar je bent voordat je een gesprek ingaat dat mogelijk uit de hand loopt.
Dit onderdeel nemen we alleen mee als het bij jullie speelt. Dat komt uit de intake.
Uitleg over weerbaarheid verandert weinig aan wat je doet als het gebeurt. Onder spanning val je terug op wat je hebt geoefend, niet op wat je hebt gehoord.
Daarom werken we altijd met een professionele trainingsacteur. Die speelt niet zomaar een lastige cliënt, maar doseert op het niveau waar de deelnemer aan werkt. Iemand die net begint krijgt een andere situatie dan iemand die er twintig jaar staat.
De scénario’s stemmen we vooraf met je af. Wat is er bij jullie gebeurd, welke situaties komen terug, en waar loopt het team op vast.
De training duurt één dag en wordt bij jullie op locatie gegeven, met groepen van vier tot twaalf deelnemers.
Vooraf vullen deelnemers een schriftelijke intake in waarin zij aangeven welke situaties zij tegenkomen en waar zij tegenaan lopen. Op basis daarvan stellen wij het programma samen.
Na afloop ontvangt iedere deelnemer een handout met de behandelde stof en een certificaat van succesvolle deelname, en vragen wij om een feedbackformulier.
Agressie valt onder psychosociale arbeidsbelasting. Als werkgever ben je verplicht die risico’s op te nemen in je risico-inventarisatie en je medewerkers voor te lichten over hoe zij ermee omgaan.
Het certificaat en de handout die deelnemers meekrijgen zijn daarvoor je bewijs. Daarmee kun je aantonen dat je mensen zijn voorgelicht als de Nederlandse Arbeidsinspectie ernaar vraagt.
Wij trainen teams in de klinische en ambulante GGZ, beschermd wonen, crisisdienst, verslavingszorg en forensische zorg. Verpleegkundigen, begeleiders, sociotherapeuten en behandelaren sluiten allemaal aan.
Ook ondersteunende functies die met cliënten te maken krijgen kunnen meedoen, zoals receptie, beveiliging en huishoudelijke dienst.
Wil je team vooral leren omgaan met het gedrag van de cliënt in plaats van met de eigen weerbaarheid? Kijk dan naar onze agressietraining GGZ. Werk je in de bredere zorg, dan sluit onze weerbaarheidstraining zorg beter aan.
Aan het einde van de training merkt iedere deelnemer eerder wat er bij hem gebeurt, en kan hij daar iets mee voordat het zijn reactie bepaalt.
Deelnemers kunnen een grens stellen zonder de behandelrelatie te beschadigen, en weten hoe zij veilig loskomen als een situatie fysiek wordt.
En het team heeft afgesproken hoe het na een incident met elkaar omgaat. Dat is uiteindelijk wat bepaalt of mensen het volhouden.
Wil je eerst het algemene verhaal? Kijk op de pagina over onze weerbaarheidstraining.
Wordt een situatie bij jullie regelmatig fysiek, bijvoorbeeld bij onvrijwillige zorg? Dan is onze fysieke weerbaarheidstraining een goede aanvulling.
Agressietraining richt zich op het gedrag van de cliënt: herkennen waar het vandaan komt en daar goed op reageren. Weerbaarheidstraining richt zich op jou: wat het met je doet, waar je grens ligt en hoe je het volhoudt. In de praktijk vullen ze elkaar aan.
Omdat agressie hier vaak uit het ziektebeeld voortkomt en bijna dagelijks voorkomt. Dat vraagt iets anders dan een training gericht op losse incidenten. Ook onvrijwillige zorg en de Wvggz spelen mee.
Ja, als onderdeel van het geheel en altijd binnen je eigen protocol. Het gaat om een beperkt aantal technieken die ook onder stress werken, gericht op veilig loskomen en afstand maken. Geen vechtsport.
Ja, als dat bij jullie speelt. Dat komt uit de intake. We kijken dan naar opschalen, bereikbaarheid en afspraken vooraf met collega’s.
Ja. Iedere deelnemer krijgt een handout en een certificaat van succesvolle deelname, waarmee je kunt aantonen dat aan de voorlichtingsplicht uit de Arbowet is voldaan.