Onze diensten
Heb je hulp nodig? Neem gerust contact met ons op.
Een trainingsacteur is een professionele acteur die tijdens een training een rol speelt, zodat deelnemers kunnen oefenen met een situatie die echt aanvoelt. Denk aan een boze cliënt, een collega die feedback wegwuift of een ouder die het niet accepteert.
Het verschil met rollenspel met een collega is groot. Een collega die de boze klant speelt blijft je collega. Hij overdrijft of hij houdt in, en na afloop lachen jullie het weg. Een trainingsacteur doet precies wat nodig is om jou te laten leren.
Een toneelacteur speelt om het publiek iets te laten voelen. Een trainingsacteur speelt om de deelnemer iets te laten leren. Dat is een ander vak.
Het belangrijkste verschil zit in het doseren. De acteur kijkt continu wat de deelnemer aankan en past daarop aan. Iemand die net begint krijgt een cliënt die nog te kalmeren is. Iemand die er twintig jaar staat krijgt er een die niet meewerkt en blijft doorgaan.
Ook stapt hij op het juiste moment uit de rol. Niet om te vertellen wat er fout ging, maar om te benoemen wat er in de rol met hem gebeurde: waar hij bozer werd, waar hij zich gehoord voelde, waar hij afhaakte. Dat is informatie die je van een observator niet krijgt.
Onder spanning verandert er iets. Je ademhaling versnelt, je aandacht vernauwt en je fijne motoriek neemt af. Wat je hebt gehoord verdwijnt, wat je hebt geoefend blijft.
Daarom levert een training met acteur meer op dan een training zonder. Je kunt precies weten hoe je een grens hoort te stellen en het toch niet doen op het moment dat iemand tegen je begint te schreeuwen. Het gat tussen weten en kunnen sluit je alleen door het te doen.
Een acteur maakt dat mogelijk zonder risico. Je kunt een gesprek opnieuw beginnen, het anders aanpakken en zien wat er dan gebeurt. In het echt krijg je die tweede kans niet.
Het meest bij trainingen rond agressie, de-escalatie en weerbaarheid. Daar is het effect het duidelijkst, omdat de situaties spannend zijn en de reactie van de ander onvoorspelbaar moet blijven.
Verder bij gespreksvaardigheden zoals slecht nieuws brengen, feedback geven en functioneringsgesprekken. Ook bij assessments wordt met acteurs gewerkt, en in het onderwijs en de zorg bij het oefenen van cliënt- of patiëntgesprekken.
Vooraf krijgt de acteur de situaties die bij jullie spelen. Niet in algemene termen, maar concreet: wat is er gebeurd, wie was erbij, waar liep het vast. Daar bouwt hij zijn rol op.
Tijdens de training speelt hij die situatie na. De deelnemer probeert het, de acteur reageert zoals de echte persoon zou reageren. Werkt het, dan merkt de deelnemer dat direct. Werkt het niet, dan escaleert het, en ook dat merkt hij direct.
Daarna volgt een korte terugkoppeling en wordt dezelfde situatie opnieuw gespeeld. Die herhaling is waar het leren zit. Eenmaal proberen levert een ervaring op, driemaal proberen levert gedrag op.
Niet elke acteur is een trainingsacteur. Dit zijn de dingen die in de praktijk het verschil maken.
Dit is het belangrijkste. Een acteur die altijd op tien speelt levert een spectaculaire sessie op waar niemand iets van leert, want de deelnemer wordt overspoeld. Een acteur die te voorzichtig blijft levert een gesprek op dat in het echt nooit zo makkelijk gaat. Vraag hoe hij bepaalt op welk niveau hij speelt.
Een boze klant in een winkel gedraagt zich anders dan een cliënt in een psychose of een ouder op een school. Een acteur die de context niet kent speelt een karikatuur, en dat merken deelnemers meteen. Dan gaat het gesprek over of het wel realistisch was in plaats van over wat je had kunnen doen.
De waarde zit niet alleen in het spelen maar in wat hij daarna zegt. Niet een oordeel over de deelnemer, maar wat er in de rol met hem gebeurde. Bijvoorbeeld: op het moment dat je begon uit te leggen waarom het niet kon, haakte ik af. Dat soort informatie krijg je alleen van iemand die erin zat.
Een acteur die met een vast script komt, geeft iedereen dezelfde training. Vraag of hij vooraf jullie eigen casuïstiek doorneemt. Als het antwoord nee is, oefen je met een situatie die bij jullie niet voorkomt.
Trainingsacteur is een beroep waarin je kunt worden opgeleid. Je hebt geen toneelopleiding nodig, maar wel het vermogen om je in te leven, te doseren en te schakelen tussen rol en terugkoppeling.
Act Professionals leidt trainingsacteurs op in twee intensieve dagen, met een CRKBO erkend certificaat na afronding. Meer daarover staat op de pagina over onze opleiding tot trainingsacteur.
Zoek je juist een acteur voor je eigen training? Kijk dan bij trainingsacteur gezocht. En wil je weten hoe we acteurs inzetten binnen een volledige training, dan vind je dat op de pagina over onze agressietraining.
Dat verschilt sterk per opdracht en per ervaringsniveau. Trainingsacteurs werken meestal op basis van een dagdeel of een hele dag. Vraag altijd vooraf of voorbereiding en reistijd bij het tarief zijn inbegrepen.
Nee. Acteertalent helpt, maar het gaat vooral om inleven, doseren en kunnen schakelen tussen de rol en de terugkoppeling. Een deel van de trainingsacteurs komt uit de zorg, het onderwijs of de handhaving en kent de praktijk van binnenuit.
Een collega blijft je collega. Hij overdrijft of houdt in, en het blijft veilig. Een trainingsacteur speelt op het niveau dat jou laat leren en kan daarna vertellen wat er in de rol met hem gebeurde.
Ja. Voor gespreksvaardigheden werkt dat goed, bijvoorbeeld bij telefonische of videogesprekken. Voor situaties waarin lichaamstaal en afstand een rol spelen is fysiek oefenen beter.
In een groep van vier tot twaalf deelnemers komt iedereen aan bod. Bij grotere groepen wordt de wachttijd te lang en zakt de aandacht, waardoor het effect afneemt.