Fysiek ingrijpen:

Trainer in gesprek met deelnemers tijdens een training

Fysiek ingrijpen op je werk: wat mag je juridisch?

Kort antwoord: je mag jezelf of een ander verdedigen tegen een aanval die op dat moment gaande is, mits je niet zwaarder optreedt dan nodig en er geen redelijk alternatief was. Daarnaast geldt het protocol van je eigen organisatie.

Hieronder staat wat die regels precies inhouden, waar de grens ligt en wat er gebeurt als je erover gaat.

 

Noodweer: artikel 41 Wetboek van Strafrecht

Noodweer is geregeld in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht. Het komt erop neer dat een handeling die normaal strafbaar zou zijn, dat niet is als hij nodig was voor de verdediging tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.

In die formulering zitten drie voorwaarden verstopt die in de praktijk het verschil maken:

Ogenblikkelijk. De aanval moet op dat moment gaande zijn of direct dreigen. Achteraf terugslaan valt er niet onder, ook niet een paar seconden later. Zodra de aanval voorbij is, vervalt de grond.

Wederrechtelijk. De ander moet onrechtmatig handelen. Bij een geoorloofde handeling, bijvoorbeeld een politieagent die zijn bevoegdheid uitoefent, geldt het niet.

Noodzakelijk voor de verdediging. Het moet gericht zijn op afweer, niet op vergelding.

 

Proportionaliteit: niet zwaarder dan nodig

Je verdediging moet in verhouding staan tot de aanval. Iemand die je bij je arm vastpakt mag je van je afduwen, maar niet neerslaan.

En misschien nog belangrijker: je stopt zodra de aanval voorbij is. Doorgaan nadat iemand heeft losgelaten of zich heeft afgewend is geen verdediging meer. Dat is precies het punt waarop zaken kantelen.

 

Subsidiariteit: alleen als er geen alternatief is

Dit is de voorwaarde die het meest wordt onderschat. Fysiek ingrijpen mag pas als er geen redelijke andere mogelijkheid was.

Kon je weglopen, dan had je moeten weglopen. Kon je hulp roepen of de deur achter je dichtdoen, dan had dat gemoeten. Rechters kijken hier streng naar, en het is de reden dat de meeste trainingen zoveel aandacht besteden aan positie en afstand: wie een uitweg houdt, komt niet in de situatie waarin hij moet kiezen.

 

Het protocol van je organisatie

Naast de wet geldt het beleid van je werkgever. Handel je binnen het protocol, dan sta je sterk: je kunt laten zien dat je deed wat er van je verwacht werd en dat je daarvoor getraind bent.

Wijk je ervan af, of bestaat er geen protocol, dan wordt het lastiger uit te leggen. Niet omdat het dan automatisch verboden is, maar omdat je zonder kader alleen op je eigen inschatting terugvalt.

Werk je in de GGZ, dan speelt daarnaast de Wvggz mee bij onvrijwillige zorg. Dat is een apart kader met eigen procedures en registratieplichten.

 

Je blijft persoonlijk aanspreekbaar

Dit is het punt dat de meeste mensen verrast. Ook als je organisatie geen beleid voert, blijf jij als medewerker persoonlijk aanspreekbaar op wat je doet.

Het ontbreken van een protocol is dus geen excuus, niet richting je werkgever en niet richting een rechter. Dat maakt het de moeite waard om dit een keer expliciet door te nemen in plaats van erop te vertrouwen dat het wel goed komt.

Omgekeerd geldt: als jij binnen het protocol handelde en aantoonbaar getraind bent, staat je werkgever ook sterker. Het is dus in beider belang om dit te regelen.

 

Wat dit betekent voor je training

Uit deze regels volgt automatisch wat een goede training wel en niet doet.

Een goede training besteedt veel tijd aan wat er vóór het fysieke gebeurt: positie kiezen, afstand houden, een uitweg vrijhouden. Dat is niet alleen veiliger, het is ook wat de subsidiariteitseis van je vraagt.

De fysieke handelingen zelf zijn beperkt in aantal en gericht op loskomen en afstand maken, niet op overmeesteren. Technieken die verder gaan dan dat, brengen je in de knel met de proportionaliteitseis.

En de technieken worden naast het protocol van de organisatie gelegd. Wat er niet in past, wordt niet getraind.

 

Wat je nu kunt doen

Drie dingen die je zonder training al kunt regelen:

1. Zoek op of jullie een protocol hebben en wat erin staat. Verrassend vaak weet niemand dat precies.
2. Bespreek met je team waar jullie grens ligt, zodat iedereen dezelfde lijn hanteert.
3. Leg vast dat je voorlichting hebt gehad. Bij fysiek ingrijpen weegt dat achteraf zwaar.

Wil je hierin trainen, dan gaat onze fysieke weerbaarheidstraining hier uitgebreid op in, altijd binnen het protocol van je eigen organisatie. Voor de bredere aanpak rond agressie kijk je op agressietraining, en voor de GGZ specifiek op agressietraining GGZ.

Dit artikel is bedoeld als algemene uitleg en niet als juridisch advies. Voor een concrete situatie is het verstandig juridisch advies in te winnen.

Mag ik iemand vastpakken die agressief wordt?

Alleen als de aanval op dat moment gaande is of direct dreigt, als er geen redelijk alternatief was en als je niet verder gaat dan nodig. Vastpakken om iemand te kalmeren terwijl er geen aanval is, valt daar niet onder.

Dat maakt het niet automatisch strafbaar. De toets is of je verdediging in verhouding stond tot de aanval en of er een alternatief was. Zodra de aanval voorbij is, moet je stoppen.

Dan blijf je nog steeds persoonlijk aanspreekbaar. Het ontbreken van beleid is geen verzachtende omstandigheid voor jou. Wel is het reden om er intern werk van te maken, want de werkgever heeft een zorgplicht.

Ja. Artikel 41 spreekt over de verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed. Dezelfde voorwaarden gelden: ogenblikkelijk, noodzakelijk en niet zwaarder dan nodig.

Ja, en het is ook in je eigen belang. Een melding legt vast wat er is gebeurd op het moment dat je het nog scherp hebt. Komt er later discussie, dan is dat je enige onderbouwing.