Grensoverschrijdend gedrag:

Trainer in gesprek met deelnemers tijdens een training

Wat is grensoverschrijdend gedrag op het werk?

Grensoverschrijdend gedrag is gedrag dat over de grens gaat van wat op de werkvloer acceptabel is. In de Arbowet valt het onder psychosociale arbeidsbelasting, samen met agressie, pesten, discriminatie, seksuele intimidatie en werkdruk.

Het lastige zit in het woord grens. Die ligt namelijk niet voor iedereen op dezelfde plek, en juist dat maakt het onderwerp ingewikkelder dan het lijkt.

 

Welke vormen eronder vallen

De Arbowet noemt vier vormen naast werkdruk. In de praktijk lopen ze door elkaar heen.

Agressie en geweld. Van schelden en dreigen tot fysiek geweld. Kan van buiten komen, van een cliënt of klant, maar ook van collega’s onderling.

Pesten. Herhaald gedrag gericht op één persoon. Het kenmerk is de herhaling en de machtsongelijkheid die daardoor ontstaat, niet de ernst van een enkele opmerking.

Seksuele intimidatie. Ongewenste seksuele aandacht, van opmerkingen tot aanraking. Bepalend is of het gewenst is, niet of het zo bedoeld was.

Discriminatie. Ongelijke behandeling of uitsluiting op grond van bijvoorbeeld afkomst, geslacht, leeftijd of geloof.

 

Waar de grens ligt is niet objectief

Dit is het punt waarop de meeste discussies vastlopen. Wat de een een grap vindt, is voor de ander over de grens.

Dat verschil is geen probleem. Het niet bespreken wel. In teams waar er nooit over is gepraat, gaat iedereen uit van zijn eigen grens en neemt aan dat de rest er hetzelfde over denkt. Dat klopt zelden.

Juridisch is de lijn duidelijker dan mensen denken: bij ongewenste omgangsvormen telt hoe de ontvanger het ervaart, niet hoe het bedoeld was. Dat het niet zo bedoeld was, is dus geen weerlegging.

 

Waarom het meestal niet wordt gemeld

De cijfers over meldingsbereidheid zijn overal laag, in elke sector. De redenen die mensen zelf geven zijn opvallend consistent.

Het is niet erg genoeg. Mensen wegen hun eigen ervaring af tegen wat ze zich voorstellen bij een echte melding, en concluderen dat het daar niet bij hoort.

Ik wil niet moeilijk doen. De angst om de sfeer te verpesten of als overgevoelig te worden gezien weegt zwaarder dan het incident zelf.

Er gebeurt toch niets mee. Vaak gebaseerd op ervaring. Als een eerdere melding niets opleverde, is dat het einde van de meldingsbereidheid in dat team.

Ik zie hem morgen weer. Bij gedrag van collega’s speelt dit het sterkst. Bij een klant kun je afstand nemen, bij een collega niet.

 

De omstander doet ertoe

We kijken bij grensoverschrijdend gedrag meestal naar twee mensen: degene die het doet en degene die het overkomt. Maar er is bijna altijd een derde groep die groter is: de mensen die het zien gebeuren.

Als niemand van die groep iets zegt, ontstaat het idee dat het normaal is. Zo verschuift een norm, niet door wat er gebeurt maar door wat er niet gezegd wordt.

Omgekeerd is dat ook de plek waar je het kunt keren. Eén iemand die op het moment zelf iets zegt, verandert wat de rest van de groep als normaal registreert.

 

Wat de wet van een werkgever verwacht

Op grond van artikel 3 lid 2 van de Arbowet ben je verplicht beleid te voeren om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of te beperken. Het Arbobesluit maakt dat concreet in artikel 2.15: opnemen in de risico-inventarisatie, maatregelen vastleggen in het plan van aanpak, en medewerkers voorlichten.

Daarnaast geldt op grond van artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek een zorgplicht voor een veilige werkomgeving. Meer daarover staat in ons artikel over wat de Arbowet over agressie zegt.

Er ligt daarnaast wetgeving klaar die een vertrouwenspersoon verplicht stelt voor organisaties vanaf tien medewerkers. De Tweede Kamer nam dat voorstel in 2023 aan, maar de ingangsdatum is nog niet definitief vastgesteld.

 

Wat je eraan kunt doen

Beleid en een vertrouwenspersoon zijn nodig, maar ze grijpen pas in nadat er iets is gebeurd. Het gesprek op het moment zelf is wat bepaalt of het zover komt.

Daar is op te trainen. In onze sociale veiligheid training ligt het accent op elkaar aanspreken zonder dat het een conflict wordt, en op het expliciet maken waar de grenzen in jullie team liggen.

Gaat het bij jullie vooral om gedrag van cliënten of klanten in plaats van collega’s onderling? Kijk dan naar onze agressietraining. Voor scholen, waar ook de wettelijke zorgplicht voor leerlingen speelt, is er sociale veiligheid onderwijs.

Wie bepaalt of gedrag grensoverschrijdend is?

Bij ongewenste omgangsvormen telt hoe de ontvanger het ervaart, niet hoe het bedoeld was. Dat het niet zo bedoeld was is dus geen weerlegging. Dat maakt het gesprek over waar de grens ligt belangrijker dan een sluitende definitie.

Werkdruk valt wel onder psychosociale arbeidsbelasting, maar wordt meestal apart behandeld van de ongewenste omgangsvormen. In de praktijk hangen ze samen: bij hoge werkdruk lopen spanningen sneller op.

Er ligt wetgeving klaar die dat verplicht stelt voor organisaties vanaf tien medewerkers. Die is in 2023 door de Tweede Kamer aangenomen, maar de ingangsdatum staat nog niet vast. De Arbeidsinspectie ziet een vertrouwenspersoon nu al als belangrijk onderdeel van PSA-beleid.

Dan is de drempel om iets te zeggen het hoogst, en dat is precies waarom een onafhankelijk aanspreekpunt nodig is. Een vertrouwenspersoon of een externe route is in die situatie geen luxe.

Een gedragscode legt de norm vast, en dat is nuttig. Maar hij verandert pas gedrag als mensen erover hebben gesproken en hebben geoefend met elkaar aanspreken. Een code die niemand heeft besproken werkt niet.