Kort gezegd: een agressietraining gaat over de ander, een weerbaarheidstraining gaat over jou. Bij agressietraining leer je gedrag herkennen, de-escaleren en begrenzen. Bij weerbaarheidstraining leer je je eigen spanning reguleren, je grens aangeven en herstellen na een vervelende situatie. Ze overlappen, maar het zwaartepunt ligt ergens anders en dat bepaalt welke je nodig hebt.
Het makkelijkst te onthouden verschil zit in de richting van de aandacht.
Daarom werkt de ene training niet als de andere nodig is. Een team dat precies weet wat het moet zeggen maar het niet doet, heeft geen gespreksmodel nodig. En een team dat rustig blijft maar niet weet hoe het iemand kalmeert, heeft geen ademhalingsoefening nodig.
Deze drie vragen brengen je meestal in één keer op de goede training.
Hier ontstaat de meeste verwarring. Bij het woord weerbaarheid denken mensen aan vechtsport, en dan verwachten ze een training waarin je leert iemand onder controle te brengen.
In zorg, GGZ en onderwijs gaat fysieke weerbaarheid juist over het omgekeerde: loskomen als iemand je vastpakt, afstand maken, jezelf niet laten insluiten en weten hoe je een ruimte uitkomt. Overmeesteren is geen doel, want dat verhoogt het risico voor beide partijen en is in veel situaties ook juridisch lastig te verdedigen.
Dat onderscheid is belangrijk bij de inkoop. Een training die wel op overmeesteren zit, past bij beveiliging en handhaving. Voor een verpleegkundige, een docent of een baliemedewerker is dat het verkeerde gereedschap.
Bij teams die veel met agressie te maken hebben, blijkt vaak dat beide kanten aandacht nodig hebben. De vraag is dan niet welke van de twee, maar waar je begint.
Begin bij agressietraining als het team vooral handelingsverlegen is: mensen weten niet wat werkt en proberen maar wat. Zodra er een gedeelde aanpak ligt, heeft weerbaarheid iets om op te bouwen.
Begin bij weerbaarheid als er al kennis is maar de spanning te hoog zit, bijvoorbeeld na een heftig incident of in een team waar mensen het liefst wegduiken. Een gespreksmodel aanleren bij mensen die nog schrikken van de deurbel, levert weinig op.
Wat in beide gevallen niet werkt, is alles in één dag proppen. Een dag met twintig onderwerpen voelt vol en zakt binnen een week weg. Liever twee dagdelen met een paar weken ertussen, zodat mensen het tussendoor in de praktijk tegenkomen.
Bij ons lijken de twee trainingen in opzet sterk op elkaar, en dat is met opzet.
Naast de algemene vorm bestaan er varianten per sector, omdat de situaties verschillen. In de zorg speelt agressie vanuit ziektebeeld en tijdsdruk, in het onderwijs gaat het vaker over ouders en groepsdynamiek, aan een balie over wachttijd en regels waar mensen niets mee kunnen.
De opbouw is hetzelfde, de casuïstiek niet. Weet je nog niet welke kant het op moet, kijk dan naar het overzicht van onze veiligheidstrainingen of leg je situatie voor. Uit vijf minuten beschrijven van wat er bij jullie misgaat, volgt de keuze meestal vanzelf.
Veelgestelde vragen
Een agressietraining gaat over de ander: gedrag herkennen, de-escaleren en begrenzen. Een weerbaarheidstraining gaat over jezelf: je spanning reguleren, je grens aangeven en herstellen na een vervelende situatie. Ze overlappen, maar het zwaartepunt verschilt.
Weet het team wel wat het moet doen maar durft het niet, dan is weerbaarheidstraining de juiste keuze. Durft het team wel maar loopt het gesprek steeds vast, dan is agressietraining passender. Worden incidenten fysiek, dan komt fysieke weerbaarheid erbij als aanvulling.
Nee. In zorg, GGZ en onderwijs gaat fysieke weerbaarheid over loskomen, afstand maken en een ruimte veilig kunnen verlaten. Overmeesteren is geen doel, omdat dat het risico voor beide partijen verhoogt. Trainingen die daar wel op zitten passen bij beveiliging en handhaving.
Dat kan, maar het levert weinig op. Een dag met twintig onderwerpen voelt vol en zakt binnen een week weg. Twee dagdelen met een paar weken ertussen werkt beter, omdat deelnemers het tussendoor in de praktijk tegenkomen en met vragen terugkomen.
Bij allebei is een trainingsacteur aanwezig, gaat er een schriftelijke intake aan vooraf en bestaat de groep uit vier tot twaalf deelnemers. En in beide gevallen wordt er vooral geoefend: het grootste deel van de dag sta je zelf in de situatie.
Benieuwd wat een training voor jullie team zou doen?
Vertel kort welke situaties er bij jullie spelen. Je krijgt een voorstel op maat, met een prijs en een voorgestelde datum.