Kennisbank

Verschil tussen agressietraining en weerbaarheidstraining

In-companyOp jullie eigen locatie
MaatwerkSituaties uit jullie praktijk
ActeurOefenen met een trainingsacteur
CRKBOGeregistreerde instelling

Kort gezegd: een agressietraining gaat over de ander, een weerbaarheidstraining gaat over jou. Bij agressietraining leer je gedrag herkennen, de-escaleren en begrenzen. Bij weerbaarheidstraining leer je je eigen spanning reguleren, je grens aangeven en herstellen na een vervelende situatie. Ze overlappen, maar het zwaartepunt ligt ergens anders en dat bepaalt welke je nodig hebt.

Waar de nadruk ligt

Het makkelijkst te onthouden verschil zit in de richting van de aandacht.

  • Agressietraining kijkt naar buiten. Welk gedrag zie ik, waar komt het vandaan, wat werkt hier en wat maakt het erger. De oefeningen gaan over gespreksvoering: aansluiten bij frustratie, begrenzen bij bewuste druk, opschalen als het niet stopt.
  • Weerbaarheidstraining kijkt naar binnen. Wat doet dit met mij, hoe blijf ik functioneren terwijl mijn hart tekeergaat, hoe zeg ik dat iets voor mij stopt en hoe kom ik er daarna weer overheen.

Daarom werkt de ene training niet als de andere nodig is. Een team dat precies weet wat het moet zeggen maar het niet doet, heeft geen gespreksmodel nodig. En een team dat rustig blijft maar niet weet hoe het iemand kalmeert, heeft geen ademhalingsoefening nodig.

Hoe je kiest

Deze drie vragen brengen je meestal in één keer op de goede training.

  • Weet het team wel wat het moet doen, maar durft het niet? Mensen die achteraf precies kunnen navertellen wat ze hadden moeten zeggen, hebben op het moment zelf geen kennis gemist maar ruggengraat. Dan is weerbaarheidstraining de juiste keuze.
  • Durft het team wel, maar loopt het gesprek steeds vast? Als collega’s er bovenop springen en de situatie daarna erger is, zit het in de aanpak. Dan is agressietraining de juiste keuze.
  • Worden incidenten fysiek? Vastgepakt worden, geduwd worden, klem komen te zitten. Dan komt daar fysieke weerbaarheidstraining bij, als aanvulling en niet als vervanging.

Fysieke weerbaarheid is geen zelfverdediging

Hier ontstaat de meeste verwarring. Bij het woord weerbaarheid denken mensen aan vechtsport, en dan verwachten ze een training waarin je leert iemand onder controle te brengen.

In zorg, GGZ en onderwijs gaat fysieke weerbaarheid juist over het omgekeerde: loskomen als iemand je vastpakt, afstand maken, jezelf niet laten insluiten en weten hoe je een ruimte uitkomt. Overmeesteren is geen doel, want dat verhoogt het risico voor beide partijen en is in veel situaties ook juridisch lastig te verdedigen.

Dat onderscheid is belangrijk bij de inkoop. Een training die wel op overmeesteren zit, past bij beveiliging en handhaving. Voor een verpleegkundige, een docent of een baliemedewerker is dat het verkeerde gereedschap.

Trainer in gesprek met deelnemers tijdens een training

Meestal is het antwoord allebei, in een volgorde

Bij teams die veel met agressie te maken hebben, blijkt vaak dat beide kanten aandacht nodig hebben. De vraag is dan niet welke van de twee, maar waar je begint.

Begin bij agressietraining als het team vooral handelingsverlegen is: mensen weten niet wat werkt en proberen maar wat. Zodra er een gedeelde aanpak ligt, heeft weerbaarheid iets om op te bouwen.

Begin bij weerbaarheid als er al kennis is maar de spanning te hoog zit, bijvoorbeeld na een heftig incident of in een team waar mensen het liefst wegduiken. Een gespreksmodel aanleren bij mensen die nog schrikken van de deurbel, levert weinig op.

Wat in beide gevallen niet werkt, is alles in één dag proppen. Een dag met twintig onderwerpen voelt vol en zakt binnen een week weg. Liever twee dagdelen met een paar weken ertussen, zodat mensen het tussendoor in de praktijk tegenkomen.

Wat ze gemeen hebben

Bij ons lijken de twee trainingen in opzet sterk op elkaar, en dat is met opzet.

  • Er is altijd een trainingsacteur bij. Zonder iemand die het gedrag realistisch neerzet blijft het bij theorie, en theorie verandert geen reflex.
  • Er gaat een intake aan vooraf. Deelnemers geven van tevoren aan wat zij tegenkomen, en die situaties worden in de training gespeeld.
  • De groep blijft klein. Vier tot twaalf deelnemers, zodat iedereen daadwerkelijk aan de beurt komt.
  • Er wordt geoefend, niet geluisterd. Het grootste deel van de dag sta je zelf in de situatie.
Groep professionals in gesprek tijdens een training van Act Professionals

En sectorvarianten dan?

Naast de algemene vorm bestaan er varianten per sector, omdat de situaties verschillen. In de zorg speelt agressie vanuit ziektebeeld en tijdsdruk, in het onderwijs gaat het vaker over ouders en groepsdynamiek, aan een balie over wachttijd en regels waar mensen niets mee kunnen.

De opbouw is hetzelfde, de casuïstiek niet. Weet je nog niet welke kant het op moet, kijk dan naar het overzicht van onze veiligheidstrainingen of leg je situatie voor. Uit vijf minuten beschrijven van wat er bij jullie misgaat, volgt de keuze meestal vanzelf.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen agressietraining en weerbaarheidstraining?

Een agressietraining gaat over de ander: gedrag herkennen, de-escaleren en begrenzen. Een weerbaarheidstraining gaat over jezelf: je spanning reguleren, je grens aangeven en herstellen na een vervelende situatie. Ze overlappen, maar het zwaartepunt verschilt.

Weet het team wel wat het moet doen maar durft het niet, dan is weerbaarheidstraining de juiste keuze. Durft het team wel maar loopt het gesprek steeds vast, dan is agressietraining passender. Worden incidenten fysiek, dan komt fysieke weerbaarheid erbij als aanvulling.

Nee. In zorg, GGZ en onderwijs gaat fysieke weerbaarheid over loskomen, afstand maken en een ruimte veilig kunnen verlaten. Overmeesteren is geen doel, omdat dat het risico voor beide partijen verhoogt. Trainingen die daar wel op zitten passen bij beveiliging en handhaving.

Dat kan, maar het levert weinig op. Een dag met twintig onderwerpen voelt vol en zakt binnen een week weg. Twee dagdelen met een paar weken ertussen werkt beter, omdat deelnemers het tussendoor in de praktijk tegenkomen en met vragen terugkomen.

Bij allebei is een trainingsacteur aanwezig, gaat er een schriftelijke intake aan vooraf en bestaat de groep uit vier tot twaalf deelnemers. En in beide gevallen wordt er vooral geoefend: het grootste deel van de dag sta je zelf in de situatie.

Benieuwd wat een training voor jullie team zou doen?

Vertel kort welke situaties er bij jullie spelen. Je krijgt een voorstel op maat, met een prijs en een voorgestelde datum.