Kort antwoord: dat hangt af van de wet die op je cliënt van toepassing is. In de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg is dat meestal de Wet zorg en dwang, in de ggz de Wet verplichte ggz en in de gesloten jeugdhulp de Jeugdwet. Valt je cliënt onder geen van die wetten, zoals in het ziekenhuis of de open jeugdhulp, dan is toestemming het uitgangspunt en val je bij acuut gevaar terug op noodweer of overmacht.
Per kader verschilt wie in een noodsituatie beslist en hoe lang een maatregel mag duren. Dat zie je hieronder.
Een cliënt vastpakken die op het punt staat een collega te slaan, is overal dezelfde beweging. Juridisch verschilt het per sector. In de Wet zorg en dwang en de Wet verplichte ggz valt het onder het beperken van de bewegingsvrijheid. De Jeugdwet noemt het vastpakken en vasthouden. In het ziekenhuis is het een handeling binnen de behandelrelatie, waar toestemming het uitgangspunt is. En in de open jeugdhulp bestaat er geen wettelijke grondslag voor.
Welk kader geldt, bepaalt wie mag beslissen en hoe lang een maatregel mag duren. Wie alleen de regels van noodweer kent, mist dus een groot deel van het verhaal.
Noodweer blijft overal gelden: word je aangevallen, dan mag je je verdedigen. Hoe dat zit, staat in het artikel over fysiek ingrijpen op je werk. Maar noodweer is bedoeld voor het moment van de aanval. Wie een cliënt vasthoudt om zorg te kunnen geven, of omdat de cliënt zichzelf in gevaar brengt, valt onder de regels hieronder.
De Wet zorg en dwang (Wzd) geldt voor cliënten met een psychogeriatrische aandoening, zoals dementie, of een verstandelijke beperking. Het syndroom van Korsakov, de ziekte van Huntington en niet-aangeboren hersenletsel zijn daarmee gelijkgesteld als ze vergelijkbare beperkingen geven. De wet geldt in de instelling, en voor een aantal vormen ook bij de cliënt thuis.
Het beperken van de bewegingsvrijheid en insluiten zijn vormen van onvrijwillige zorg (artikel 2 Wzd). Die zorg mag alleen als uiterste middel, nadat het stappenplan is doorlopen en de maatregel in het zorgplan staat. Twee punten worden vaak over het hoofd gezien:
Doet zich een situatie voor die het zorgplan niet voorzag, dan mag onvrijwillige zorg alleen op beslissing van de zorgverantwoordelijke (artikel 15). Die legt de beslissing binnen 48 uur schriftelijk vast, voor hooguit twee weken. Is de zorgverantwoordelijke geen arts, dan overlegt hij bij het beperken van de bewegingsvrijheid of insluiten met de betrokken arts.
In de ggz mag verplichte zorg in principe alleen op grond van een crisismaatregel of een zorgmachtiging (artikel 3:1 Wvggz). Het gaat om dezelfde vormen als in de Wzd, zoals het beperken van de bewegingsvrijheid en insluiten, aangevuld met opnemen in een accommodatie. De wet kent geen minimumleeftijd, dus ook in de jeugd-ggz kan dit kader gelden.
Ontstaat er een noodsituatie die de maatregel of machtiging niet dekt, dan kan de zorgverantwoordelijke tijdelijk verplichte zorg verlenen (artikel 8:11). Dat mag in principe hooguit drie dagen. De beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en de geneesheer-directeur wordt direct ingelicht (artikelen 8:12 en 8:13).
Is er nog geen maatregel, maar wordt een crisismaatregel voorbereid? Dan mag verplichte zorg in totaal hooguit achttien uur duren, en niet langer dan twaalf uur na het onderzoek door de psychiater (artikel 7:3). Die bevoegdheid ligt bij een beperkte groep, waaronder de zorgverantwoordelijke en de ambulancezorg.
Sinds 1 januari 2024 regelt de Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp welke vrijheidsbeperkende maatregelen in een gesloten accommodatie mogen. Vastpakken en vasthouden staat daarin (artikel 6.3.2.2 Jeugdwet). Het uitgangspunt is nee, tenzij: een maatregel mag alleen als er geen minder bezwarend alternatief is en hij in verhouding staat tot het doel (artikel 6.3.1.2).
In een noodsituatie mag een maatregel die niet in het hulpverleningsplan staat hooguit drie dagen duren. Is hij na twaalf uur niet voorbij, dan moet een gekwalificeerde gedragswetenschapper instemmen met voortzetting. Insluiten mag alleen in een noodsituatie, bij jongeren van twaalf jaar of ouder. Het duurt hooguit één dag en kan eenmaal met een dag worden verlengd.
Opvallend is de eis aan de medewerker. Vastpakken en vasthouden mag alleen bij gevaar en stopt zodra het gevaar weg is. En het wordt uitsluitend toegepast door mensen die erin zijn opgeleid (artikel 6.2.3 Besluit Jeugdwet). In de Wzd en de Wvggz staat zo’n uitdrukkelijke eis niet.
Dit kader gaat veranderen. De minister wil in 2030 stoppen met gesloten jeugdhulp en werkt aan een nieuw wettelijk kader voor het begrenzen van jongeren (Kamerbrief van 25 september 2026).
In de open jeugdhulp bestaat geen wettelijke grondslag voor vrijheidsbeperkende maatregelen. De inspectie stelde in juni 2025 vast dat zorgaanbieders daar toch gedwongen zorg toepassen. Wat je daar overhoudt, is noodweer bij een aanval en overmacht als je moet ingrijpen om groter gevaar af te wenden (artikelen 41 en 40 Wetboek van Strafrecht).
In het ziekenhuis en de huisartsenpraktijk geldt voor de meeste patiënten de WGBO, de wet over de behandelrelatie. Toestemming is daar het uitgangspunt, en een patiënt die zelf kan beslissen mag een behandeling weigeren. Kan een patiënt dat niet, dan beslist zijn vertegenwoordiger. Verzet de patiënt zich tegen een ingrijpende handeling, dan mag die alleen als ze kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor hem te voorkomen (artikel 7:465 lid 6 BW). Gaat het om je eigen veiligheid of die van een collega, dan geldt noodweer.
Werk je in de thuiszorg, let dan op de diagnose van je cliënt. Heeft hij dementie of een verstandelijke beperking, dan kan de Wzd ook thuis van toepassing zijn.
Vraag het na als het niet in het dossier staat. Het bepaalt of jij iets mag beslissen of dat het bij de zorgverantwoordelijke ligt.
De Wzd, de Wvggz en de Jeugdwet verplichten de zorgaanbieder om toepassingen te registreren en de inspectie periodiek een overzicht te sturen. Die registratie begint bij jouw aantekening in het dossier: wat er gebeurde en waarom een lichtere aanpak niet werkte.
De inspectie vraagt om passende scholing voor alle zorgverleners die met gedwongen zorg te maken hebben. Ze ziet risico’s bij tijdelijke krachten die cliënten niet goed kennen. In de gesloten jeugdhulp is opleiding zelfs een wettelijke voorwaarde.
Volgens de inspectie kregen in 2025 bijna 2.700 cliënten in verpleeghuizen en de wijkverpleging te maken met dwang of vrijheidsbeperking, 8 procent meer dan een jaar eerder. In de gehandicaptenzorg waren het er bijna 5.500, een stijging van 6 procent. In de ggz ging het om 13.700 cliënten, 5 procent meer. Het gaat om aanbieders die drie jaar achter elkaar gegevens aanleverden. Volgens de inspectie komt een deel van de stijging door beter registreren.
Niet elke registratie gaat over vasthouden; ook medicatie en toezicht tellen mee. Maar de wetten vragen bij elke vorm hetzelfde: dwang alleen als uiterste middel. Spanning op tijd herkennen en de-escaleren hoort daarbij.
De wet beschrijft wanneer je mag ingrijpen. Hoe je voorkomt dat het zover komt, en hoe je loskomt als je wordt vastgepakt, leer je door het te oefenen. In onze fysieke weerbaarheidstraining ligt de nadruk op afstand houden en loskomen, altijd binnen het protocol van je eigen organisatie. Voor de ggz is er de agressietraining GGZ, voor de ouderen- en gehandicaptenzorg de agressietraining zorg.
Dit artikel is algemene uitleg en geen juridisch advies. Stand van de wet: oktober 2026.
Veelgestelde vragen
Als de cliënt zich verzet, is vasthouden om zorg te kunnen geven onvrijwillige zorg onder de Wet zorg en dwang. Dat mag alleen als het via het stappenplan in het zorgplan is opgenomen, of in een onvoorziene situatie op beslissing van de zorgverantwoordelijke. Bij een acute aanval op jou of een collega geldt noodweer.
In de Wzd en de Wvggz is dat de zorgverantwoordelijke. Onder de Wzd geldt zo’n beslissing hooguit twee weken, onder de Wvggz in principe hooguit drie dagen. In de gesloten jeugdhulp mag een maatregel in een noodsituatie hooguit drie dagen duren, en is na twaalf uur instemming nodig van een gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Ja. De Wvggz kent geen minimumleeftijd. Voor jongeren met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen kan daarnaast een machtiging voor gesloten jeugdhulp op grond van de Jeugdwet worden afgegeven.
Voor vrijheidsbeperkende maatregelen bestaat in de open jeugdhulp geen wettelijke grondslag. In een acute situatie, bij een aanval of om groter gevaar af te wenden, gelden noodweer en overmacht. Vasthouden als vaste werkwijze valt daar niet onder.
Ja. Onder de Wzd, de Wvggz en de Jeugdwet moet de zorgaanbieder toepassingen vastleggen en de inspectie periodiek een overzicht sturen. Ook buiten die wetten is een melding in de incidentregistratie verstandig, omdat die vastlegt wat er gebeurde op het moment dat je het nog scherp hebt.
Benieuwd wat een training voor jullie team zou doen?
Vertel kort welke situaties er bij jullie spelen. Je krijgt een voorstel op maat, met een prijs en een voorgestelde datum.
Meer in de kennisbank
Trainingen bij dit onderwerp