Kennisbank

Agressie bij dementie: wat erachter zit en wat je doet

In-companyOp jullie eigen locatie
MaatwerkSituaties uit jullie praktijk
ActeurOefenen met een trainingsacteur
CRKBOGeregistreerde instelling

Kort antwoord: agressie bij dementie is meestal een signaal. Pijn, een delier, te veel of te weinig prikkels of een verzorgmoment dat te snel gaat, kunnen erachter zitten. Op het moment zelf help je het meest door te stoppen met wat je deed en het later opnieuw te proberen. Daarna hoort het gedrag in het team besproken én gemeld te worden, ook als de cliënt er niets aan kan doen.

Dit artikel is voor zorgmedewerkers en teamleiders in de ouderenzorg en de thuiszorg.

Hoe vaak het voorkomt

In een onderzoek van het Trimbos-instituut uit 2018 in woonvoorzieningen voor mensen met dementie kwam agitatie of agressie gemiddeld bij 59,6 procent van de bewoners voor, gemeten over de afgelopen maand. Meestal ging het om lichte tot matige vormen.

Voor medewerkers is het beeld al even duidelijk. Volgens het CBS had gemiddeld 67 procent van de verzorgenden in het jaar voor de meting te maken met agressie van patiënten of hun naasten. Dat is het gemiddelde van de metingen van 2020 tot en met 2024. Verzorgenden krijgen relatief vaak te maken met fysieke agressie en seksuele intimidatie. Die cijfers gaan niet alleen over dementie, maar laten wel zien hoe vaak het verzorgende werk raakt. Meer cijfers staan in het artikel over agressie in de zorg in cijfers.

Probleemgedrag, onbegrepen gedrag of agressie?

In de zorg circuleren verschillende woorden. De richtlijn Probleemgedrag bij mensen met dementie van specialisten ouderengeneeskunde (Verenso) spreekt van probleemgedrag: gedrag dat gepaard gaat met lijdensdruk of gevaar voor de persoon zelf of voor de mensen om hem heen. Agressie valt daarbinnen onder geagiteerd gedrag. Vilans en Zorg voor Beter gebruiken liever onbegrepen gedrag, omdat die term uitnodigt om naar oorzaken te zoeken.

Welk woord je ook kiest: voor de medewerker die een klap krijgt, blijft het agressie. Daarover verderop meer.

Wat erachter kan zitten

Volgens de Verenso-richtlijn kan geagiteerd gedrag samenhangen met de ernst van de dementie, pijn of fysiek ongemak, een delier, psychose, angst of depressie. Ook de omgeving speelt mee: sociale isolatie of juist te weinig privacy, de dagstructuur, de hoeveelheid prikkels en de manier waarop iemand wordt benaderd.

Is pijn of een delier een oorzaak, dan moet dat volgens de richtlijn eerst worden behandeld. Iemand met dementie kan pijn vaak niet meer goed benoemen; onrust of boosheid is dan soms de enige manier waarop het zichtbaar wordt.

Volgens Alzheimer Nederland ontstaat agressie vaak tijdens de persoonlijke verzorging. Bij wassen en aankleden is iemand de controle kwijt, en schaamte kan meespelen.

Trainer in gesprek met deelnemers tijdens een training

Stop met wat je deed

Blijf niet aandringen. Wat nu niet lukt, lukt over een kwartier vaak wel. Maak een rustige afsluiting en kom later terug, eventueel met een collega die de cliënt op dat moment beter ligt.

Eén ding tegelijk

Stel één vraag en doe één handeling tegelijk. Ga geen discussie aan en corrigeer zo min mogelijk. Wie zich niet begrepen voelt, raakt sneller in paniek.

Benoem wat je ziet

Een zin als “ik zie dat het even te veel is” werkt beter dan uitleggen waarom iets moet. Kom op ooghoogte, en houd afstand als iemand gaat duwen of slaan.

Zorg dat je weg kunt

Sta niet tussen de cliënt en de deur, en laat iemand die weg wil de ruimte verlaten als dat veilig kan. Je eigen veiligheid gaat voor het afmaken van de zorg.

Groep professionals in gesprek tijdens een training van Act Professionals

Verzet is geen agressie

Niet elke duw is agressie. Iemand die je hand wegduwt tijdens het wassen, verzet zich vaak tegen de zorg zelf. Dat maakt juridisch verschil. Onder de Wet zorg en dwang is zorg waartegen een cliënt zich verzet onvrijwillige zorg. Wie een cliënt met dementie tegen zijn verzet wast of uit bed haalt, verleent volgens de uitleg van het ministerie op dwangindezorg.nl onvrijwillige zorg. Verzet kan ook non-verbaal zijn.

Doorzetten mag dan alleen als het via het stappenplan in het zorgplan is opgenomen, of in een onvoorziene situatie na een beslissing van de zorgverantwoordelijke. Voor de medewerker betekent dat: stoppen, later opnieuw proberen en het in het team bespreken, zodat het zorgplan wordt aangepast. Hoe de Wzd verder werkt bij fysiek ingrijpen, staat in het artikel over fysiek ingrijpen in de zorg en jeugdhulp.

Niet persoonlijk bedoeld, wel melden

“Het is niet de persoon zelf die dit doet, maar de dementie.” Dat is waar, en het helpt om het niet persoonlijk op te vatten. Maar het heeft een bijwerking. In teams waar agressie bij dementie als normaal wordt gezien, wordt er minder gemeld, en dan blijft het voor de organisatie onzichtbaar.

Melden is hier geen beschuldiging van de cliënt. Een melding legt vast op welk moment en bij welke zorghandeling het gebeurde. Dat patroon heeft het team nodig om de oorzaak te vinden. En het zorgt ervoor dat de medewerker opvang krijgt, want ook een klap die niet bedoeld was, kan blijven hangen. Hoe je opvang regelt, staat in het artikel over wat te doen na een agressie-incident.

Een gele of rode kaart past hier niet. Die maatregelen gaan uit van iemand die verantwoordelijk is voor zijn gedrag.

Wat het team doet: analyseren

De Verenso-richtlijn vraagt om een methodische aanpak. Eerst wordt duidelijk voor wie het gedrag een probleem is en hoe groot de lijdensdruk of het gevaar is. Daarna analyseren arts, psycholoog en verzorging samen de mogelijke oorzaken, stellen ze een meetbaar doel en evalueren ze of de aanpak werkt. Komt het team er niet uit, dan kan een consultatieteam zoals het CCE meedenken.

Medicatie komt volgens de richtlijn pas in beeld na die analyse en als een aanpak zonder medicijnen onvoldoende helpt.

Zo’n overleg wordt niet overal gebruikt. In het Trimbos-onderzoek uit 2018 zei 96,3 procent van de verzorgenden onbegrepen gedrag met collega’s te bespreken. In een omgangsoverleg deed 47,8 procent dat.

Waar training past

De principes zijn bekend, zoals stoppen en één ding tegelijk doen. Ze toepassen terwijl iemand tegen je schreeuwt of je arm vastpakt, is iets anders. Dat leer je door het te oefenen. In onze agressietraining zorg spelen trainingsacteurs situaties uit jullie eigen praktijk na, zoals een verzorgmoment dat uit de hand loopt. Gaat het meer om grenzen stellen, dan sluit de weerbaarheidstraining zorg aan.

Veelgestelde vragen

Waarom wordt iemand met dementie agressief?

Meestal is het een signaal. Pijn, een delier, angst, te veel of te weinig prikkels of een verzorgmoment dat te snel gaat, kunnen een rol spelen. Daarom vraagt de richtlijn om eerst te zoeken naar de oorzaak voordat je iets aan het gedrag zelf doet.

Stop met wat je deed, houd afstand en zorg dat je weg kunt. Probeer het later opnieuw, eventueel met een collega. Meld het daarna, zodat het team kan zien op welk moment het gebeurt en of er een patroon is.

Zorg waartegen een cliënt zich verzet, is onder de Wet zorg en dwang onvrijwillige zorg. Dat mag alleen als het via het stappenplan in het zorgplan is opgenomen, of in een onvoorziene situatie na een beslissing van de zorgverantwoordelijke. Lukt het niet, stop dan en bespreek het in het team.

Ja. Een melding is geen beschuldiging van de cliënt. Ze legt vast wanneer en bij welke zorghandeling het gebeurde, zodat het team de oorzaak kan vinden. En ze zorgt ervoor dat de medewerker opvang krijgt.

Volgens de richtlijn van Verenso komen medicijnen pas in beeld na een grondige analyse, en als een aanpak zonder medicijnen onvoldoende helpt. Ook dan adviseert de richtlijn om binnen drie maanden te proberen af te bouwen. Dat is een beslissing van de arts, samen met het team.

Benieuwd wat een training voor jullie team zou doen?

Vertel kort welke situaties er bij jullie spelen. Je krijgt een voorstel op maat, met een prijs en een voorgestelde datum.